Grafische termen | Deel 1

In gesprekken met verschillende klanten krijg ik wel eens de vraag wat bepaalde woorden betekenen. Dan vergeet ik weer even dat het grafische termen zijn en dus niet iedereen weet wat dit betekent. Daarom heb ik deze woorden verzameld en de betekenis hiervan toegevoegd.


• #2 / #3 / #4 
= Dit is niet typisch grafisch, maar wel hoe wij werken. Oude versies bewaren we altijd, zodat we daar altijd nog op kunnen terugvallen. Als we dus nieuwe correcties maken, maken we eerst een nieuwe versie aan en duiden dit aan doormiddel van #2 (of 3 of 4 etc).

• Adobe = Adobe Systems Incorporated is een Amerikaans Softwareproducent die zich met name richt op het ontwikkelen van grafische software. Dit zijn ook de programma’s waar wij mee werken.

• Afloop = Als je iets wil laten drukken, lever je het bestand aan met een afloop. Afloop is (vaak 3 mm, bij grote bestanden vaak meer) de extra ruimte om het bestand, waar je de afbeeldingen en vlakken in laat doorlopen. Zodat als er een kleine afwijking in het drukken of afwerken ontstaat je niet direct een witte rand ziet.

Bindwijze = Een manier om meerdere pagina’s bij elkaar te ‘binden’ / krijgen. Dit kan op verschillende manieren, waaronder: wire-o, spiraalbinding, gehecht, genaaid en geniet.

• Centreren 
= De afbeelding of tekst in het midden plaatsen

Certifed PDF = Jaren geleden kwam de tijdschriften- en krantenwereld met de eis dat een advertentie als Certified PDF (cPDF) moest worden aangeleverd. Hierdoor ontvangen ze niet meer allerlei verschillende versies. Daarna werd dit door een groot deel van de grafische industrie overgenomen. cPDF is vooral fijn voor de ontvangende partijen omdat de meest voorkomende fouten zoals RBG beelden, ontbrekende fonts, ontbrekende illustraties of te lage resolutie direct ontdekt worden. Het cPDF programma is zo gebouwd dat die van de fouten een rapport maakt waardoor je direct ziet waarom je PDF is afgekeurd.

CYMK = Cyaan, Magenta, Yellow en Key. Dit zijn de kleuren die toegepast worden bij vierkleurendruk (CMYK).

• Concept = Een ruwe schets als eerste uitwerking van een tekst of compleet ontwerp.

• Cursief = Schuingedrukt

• Drukklaar = Je kan niet zomaar je bestand aanleveren bij de drukker. Deze moet vaak aan bepaalde voorwaarden doen met betrekking tot de kleuren, fonts, afloop en meer technische specificaties. Als dit alles goed is, is je bestand drukklaar.

DTP = DeskTopPublishing is de algemene naam in de grafische wereld voor de opmaak- en layoutwerkzaamheden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van speciale softwarepakketten waaronder Adobe.

Duotone = Dit is een manier van drukken waarbij een foto of illustratie is opgebouwd uit 2 PMS kleuren.

Embossing = Een reliëf in papier maken. Dit maakt je drukwerk net wat spannender.

EPS = Dit staat voor Enscapsulated PostScript. Een EPS bestand bestaat uit (vector) lijnen. Deze lijnen kunnen gemakkelijk worden uitvergroot van heel klein tot de grootte van een gebouw, zonder dat er kwaliteitsverlies ontstaat. Daarom is het altijd verstandig om van je logo een EPS bestand op te vragen.

Foambord = Dit is een superlicht materiaal, ook wel schuim genoemd. Handig om te gebruiken op beurzen of voor presentaties.

Folder = Gevouwen drukwerk dat niet gebonden of gebrocheerd wordt.

Font = De verzamelnaam voor de varianten van een lettertype. Een font bevat alle tekens van één lettertype (kapitalen, onderkast, cijfers en leestekens).

Full Colour = Drukproces waarbij de kleuren opgebouwd worden uit de vier basis CMYK. Met deze kleuren kunnen bijna alle kleuren nagebootst worden.

• Gestreken papier = Gestreken papier is voorzien van een coating of strijklaag die ervoor zorgt dat het papier glad wordt.

GIF = Een gif is een bewegende afbeelding. GIF is de afkorting van graphics interchange format, een grafisch bestandsindeling met pixels. GIF ondersteunt kleuren, verschillende resoluties, animatie en een transparante achtergrond. Er zijn dus heel veel mogelijkheden. Meer over een GIF vertellen we in deze blog. (LINK: https://boli-media.nl/instagram-gifjes/ )

• Grams = Benaming voor de massa per oppervlakte van papier, aangegeven in grammen per vierkante meter. Om dit uit te rekenen doe je het volgende: gewicht van een vel : lengte : breedte = aantal grams

• Grid = Andere naam voor het stramien.

Herdruk = Het opnieuw drukken van een vorige opdracht. Hierin kunnen enkele kleine wijzigingen gedaan zijn. Zijn er geen wijzigingen gedaan? Dan noem je het een onegwijzigde herdruk. Dit wordt ook wel eens reprint genoemd.

Hoerenjong = Één woord of 2/3 woorden die als enige op een regel staan aan het einde van een alinea. Dit is meestal op te lossen door de spatiëring aan te passen.

HVO Offset = Ook wel Houtvrij Offset papier. Dit is een ongestreken papiersoort. Dit betekent dat het papier een matte uitstraling houdt, ook na het drukken. Daardoor is het papier ook goed beschrijfbaar. Het papier wat bij de meeste mensen thuis in de printer zit, is vaak ook HVO en perfect voor bijvoorbeeld briefpapier.

HTML = Hyper Text Markup Language is een programmameertaal voor het bouwen van websites.

Huisstijl = Je huisstijl is de identiteit van jouw onderneming, die direct bijdraagt aan het imago van jouw bedrijf. Het is een totaalconcept van alle uitingen van je bedrijf, ook wel corporate identity.

Kader = Een apart klein stukje tekst binnen een kader of met een andere opmaak.

• Kaft = Omslag van een brochure of boek.

Kop = De titel boven een artikel.

Er zijn nog veel meer grafische termen die wij gebruiken, daarom hebben we het opgedeeld in 2 blogs. Volgende week delen we nog een lijst met je! Heb je een ander woord waar je graag de betekenis van wilt weten? Laat gerust een reactie achter.